Nada es lo que parece.

‘Een tijd lang droomde ik er al van om te gaan reizen in Zuid-Amerika. Dit idee kwam niet zomaar uit de lucht vallen. Tijdens mijn half jarige studie in Frankrijk twee jaar geleden heb ik veel vrienden gemaakt uit landen zoals Ecuador, Colombia en Mexico. Door hen en hun verhalen werd ik steeds enthousiaster om zelf te gaan en bij thuiskomst wist ik het zeker: ooit ga ik naar Zuid-Amerika.’

‘Anderhalf jaar en een beginnerscursus Spaans verder zat ik in het vliegtuig naar Bogotá, de hoofdstad van Colombia. Voor drieënhalve maand zou ik (eerst samen met mijn vriend en daarna met mijn zus) gaan rondreizen in Bolivia, Peru, Colombia, Panama en Costa Rica. Ik zag het helemaal voor me. Warm weer, zon zee strand, lekker eten, prachtige natuur, alleen maar lieve mensen, een relaxte vibe, chille muziek en elke avond salsa dansen. Mijn utopische beeld van reizen in Latijns-Amerika.

Bij aankomst bleek al snel dat niet al mijn verwachtingen even realistisch waren. Wat betreft het weer was ik de eerste twee maanden (tegen beter weten in) teleurgesteld omdat ik altijd een lange broek en dikke trui aan moest. In Bolivia en Peru bevonden we ons namelijk vooral in berggebied van 2000-4000 meter hoog en begon het winter te worden, terwijl ik van vrienden en familie in Nederland SOS berichten kreeg omdat het de heetste mei in 100 jaar was. Ja echt.

Het eten was weinig gevarieerd en bestond voornamelijk uit gigantische porties koolhydraten en vlees, een nachtmerrie voor vegetariërs en diëters. Ik ben gelukkig geen van beide, maar een simpele boterham met kaas leek na drie weken een prinsenmaal. De mensen waren vaak lief en behulpzaam, maar zagen je als Europeaan vooral als wandelende geldboom. Vaker dan eens hoorde ik achteraf dat ik veel te veel had betaald voor een taxi, tour of zelfs lunch. Laat ik niet beginnen over de koude douches in hostels, gebrek aan tijdsplanning of organisatie en nare wc-stops (altijd op het verkeerde moment) wanneer je iets dubieus had gegeten.

Op instagram ziet het er geweldig uit, maar het leven van een backpacker gaat niet alleen over rozen.’

‘Voor iedereen die denkt: ‘Sanne stel je niet aan, je hebt toch ook gewoon zoveel toffe dingen gezien en gedaan!’ You are right. Ik zou het zo over doen, want wat was het een mega ervaring. Het is geweldig om allerlei mensen te ontmoeten van over de hele wereld en dingen te zien en doen die je nooit meer zult vergeten. Zo had ik nooit gedacht dat ik op een berg van meer dan 6000 meter hoog zou staan, in een gletsjermeer zou zwemmen, een nacht in the middle of nowhere in de Chileense woestijn zou slapen, de meest heldere sterrenhemels ooit zou zien en dat de Caraïbische eilanden er écht zo uitzien zoals in films.

Ook heb ik sommige van mijn utopische stereotypes wél waar zien komen.

In Colombia heb ik heerlijk tropisch weer gehad, in Panama en Costa Rica dagenlang heerlijk aan het strand gelegen, heb ik veel van mijn favoriete muziek (Spaanse reggaeton) gehoord en de natuur was overal zonder twijfel prachtig. Interessant was dat ik ook leerde over stereotypes die bestaan over mijn eigen land. Wanneer ik vertelde dat ik Nederlands was, kreeg ik vrijwel altijd dezelfde reactie. Enthousiast begonnen de meeste medereizigers verhalen te vertellen over ‘Amsterdam, party and drugs’. Dat is dus waar Nederland voornamelijk uit bestaat volgens veel buitenlanders.

Vaker dan eens is mij gevraagd of ik wiet wilde of bij me had, want als Dutchie is dat natuurlijk de norm. Ik heb vriendelijk bedankt.

Om tot mijn punt te komen: je hebt in je hoofd altijd een beeld van een ander land of andere cultuur. Of het nu gaat om een ver tropisch oord of de Nederlandse bible-belt, dit beeld heb je vaak gevormd door onder andere je opvoeding, (sociale) media of verhalen van mensen om je heen. Je zou kunnen beargumenteren dat alleen door zelf je onder te dompelen in een cultuur of land, je deze pas ‘leert kennen’.

Toch kan het uiteindelijke idee dat je hierdoor vormt enorm verschillen van die van anderen door o.a. je eigen achtergrond, situaties en omstandigheden waarin je je bevindt of mensen die je ontmoet, om maar wat te noemen. Onmogelijk kan dit voor iedereen hetzelfde zijn, want we zijn allemaal uniek hierin. Misschien zouden we dus moeten switchen van “Hoe is de … cultuur?’’ naar “Hoe ervaar jij die cultuur?’’ Want waar ik bijvoorbeeld als stereotype Dutchie enorme moeite had met het feit dat niemand zich liet haasten en niks georganiseerd leek, vond de ander het misschien wel heel relaxed om zich te wanen in een mañana mañana vibe.

Cultuur kun je niet bevatten op slechts één manier. Als we dat allemaal zouden begrijpen, zouden er een hoop minder problemen bestaan op deze wereld.’

Sanne van Veghel (22) woont in Utrecht en is afgestudeerd aan de Universiteit van Utrecht met de studie Interculturele Communicatie. Momenteel is ze als vrijwilliger actief voor het Coloured Glasses project in Nederland en geeft ze als facilitator workshops aan middelbare scholen door heel Nederland.